De Tussenruimte

Het begrip “De Tussenruimte” is afkomstig van politiek-filosoof Hannah Arendt (1906-1975). Zij laat als niet-pedagoog een interessante visie op opvoeding en school zien. Voor Hannah Arendt is het onderwijs een tussentijd, een tussenruimte in het leven van opgroeiende individuen. Een tussenruimte tussen gezin en de maatschappij/de grote wereld. Een plek waar je je steeds mag afvragen: “Wat is hier nu precies aan de hand”. Wat gebeurt hier nu eigenlijk. Het is een plek waar je tussen de maatschappelijke en politieke instituties verkeert. Het werk in de school kan daardoor in de luwte bivakkeren. (Berding, 2014)

In zijn artikel “Hannah Arendt en de school als tussenruimte...“, benadrukt Berding dat Arendt van mening is dat de school kinderen moet laten kennis maken met de wereld. Dit is iets heel anders dan de leerlingen klaarstomen om hen een nieuwe samenleving te laten maken. Wat voor Arendt eerder de huidige tendens lijkt, eentje die zij bekritiseert. Arendt wil dat we ruimte maken voor het handelen, daarin vinden we werkelijke menselijke vrijheid. “Het is de vrijheid om met elkaar te spreken, initiatieven te nemen, iets nieuws te beginnen en samen met de anderen de wereld in te richten met het oog op het algemeen belang ” We hebben daarvoor volwassenen en opvoeders nodig die wijzen op de mogelijkheden. “Een verwijzen naar de dingen die wij als volwassen generatie door willen geven en waarvan we hopen dat de leden van de volgende generatie -de nieuwkomers op deze aarde- die op hun eigen en vernieuwende manier willen doorgeven.” Een handelen dat niet maakbaar, niet te plannen en ook niet te voorspellen is. (Berding, 2018)

Volgens Berding kan Arendt zich niet vinden in het zelfontdekkend leren dat in de jaren ‘50 een vogelvlucht nam in Amerika. Berding benadrukt in een interview met het NIVOZ dat Arendt juist wil dat wij in het onderwijs de ontmoeting van kind en cultuur op de tafel van de wereld leggen. Deze ontmoeting kan niet zonder een leerkracht met de juiste kennis en vaardigheden. De of-of benadering oftewel het debat rondom kind-gecentreerd onderwijs versus alles bij het schoolvak centraal, is een onvruchtbare. Het gaat om de vraag: Wat leggen we op de tafel van de wereld, waaruit het  kind mag kiezen. Kortom, de tussenruimte is volgens Arendt een plek in het onderwijs, waar opgroeiende individuen in de luwte kennis maken met de wereld. Een plek waar, onder begeleiding van een op mogelijkheden wijzende vakbekwame leerkracht, cultuur doorgegeven en menselijke vrijheid beoogd wordt. De docent reikt aan, het kind kiest, Zo ontstaat uiteindelijk, generatie op generatie, vernieuwend handelen. Een handelen zonder voorafgaande maakbaarheid, voorspelling en planning, aldus Arendt. Volgens Berding is Arendts pedagogisch denken heden populair omdat de vraag: “Wat is er aan de hand met onze wereld?”, actueel is. (Het kind.org, 2019).


Bibliografie

Berding, J. (2014). De school als tussen:. Over opvoeding en school in de visie van Hannah Arendt. 13 maart 2021. https://nivoz.nl/nl/nro/de-school-als-tussen-over-opvoeding-en-school-in-de-visie-van-hannah-arendt

Berding, J. (2018). Hannah Arendt en de school als tussenruimte: ‘Onderwijs is er niet om de wereld te verbeteren maar om cultuur door te geven.’ 13 maart 2021. https://nivoz.nl/nl/hannah-arendt-en-de-school-als-tussenruimte-onderwijs-is-er-niet-om-de-wereld-te-verbeteren-maar-om-cultuur-door-te-geven

Het kind.org. (2019). Pedagogische canon: Hannah Arendt (1906-1975). 24 maart 2021. https://vimeo.com/292925696

 

©Atelier de Tussenruimte

Website: Fabian van Zetten